Archief voor mei, 2011

Ik mis je

De huistelefoon gaat over. Er zijn maar weinig mensen die mijn vaste nummer hebben. Ik denk aan jou. Maar jij bent het niet. Ik laat de telefoon overgaan en neem niet op.

De zon schijnt en ik rij langs je huis. Uit gewoonte kijk ik of je op het terras zit. Maar je zit er niet. Op de planten die jij er hebt neergezet na, is het terras leeg.

De pioenrozen zijn nu op z’n mooist. Helemaal open staan ze op de eettafel die vroeger van jullie was en ik nu heb gekregen.
Jouw lievelingsbloemen. De volgende keer dat ik bij je langs ga, moet ik een bos voor je mee nemen. Een bos in allerlei verschillende kleuren, dat vind je mooi. Of nee, dat hoeft eigenlijk niet. Of wel?

De website van mijn bedrijf is af. Ik zou zo graag aan je willen laten zien hoe die eruit ziet en je voor de honderdste keer uitleggen wat ik nou precies doe voor werk. En dat je dan voor de honderdeneenste keer begrijpend knikt, maar dat ik weet dat je het niet snapt en dat dat goed is.

De vrouw van mijn neef is in juli uitgerekend. Dan komt er weer een kleine bij. Ik verlang naar het moment dat we met z’n allen bij elkaar zijn en jij kunt genieten van al die nakomelingen die je ooit niet gegund waren, maar die je wel zijn gegeven. Helaas zal dat moment er niet meer komen.

Mama is jarig. Ze is 65 geworden. Met de hele familie en goede vrienden zitten we aan tafel. Maar jij bent er niet. Aan het hoofd van de tafel waar jij gezeten zou hebben, zit mijn oom. De eerste keer zonder jouw fysieke aanwezigheid. Alleen in de familieverhalen die verteld worden, ben je nog aanwezig.

Het is pasen en jij bent jarig. Het is een prachtige zonnige dag en mama en ik gaan bij je op bezoek. Mama heeft lelietjes van dalen meegenomen en die planten we op je graf. Je hebt nog geen steen, die komt pas het einde van dit jaar. Dit is de eerste keer sinds die ijskoude novemberdag dat ik weer op de begraafplaats langsga. Als we aan komen lopen, ligt er een dikke poes op je graf te zonnen. Dat had je mooi gevonden.
Omdat de zon schijnt heb ik een zonnebril op. ‘Gaat het’, vraagt mama. Ik knik, maar ik jok. Tranen prikken achter m’n ogen, maar ik wil niet dat mama die ziet. We planten de bloemetjes en leggen rozen op jouw en opa’s graf. Jullie zijn weer bij elkaar. Naast elkaar. Voor altijd.
‘Ik mis je’, zeg ik. Mama snikt.

Ik mis je niet in de grote dingen.
Ik mis je in de kleine.
In het niet meer met je bellen.
In het niet meer met en om je lachen.
In het niet meer vertellen hoe het met me gaat.
In het genieten van jouw aanwezigheid.
In de gewone kleine kletspraatjes.
In je bezorgdheid.
In je humor.
In je warmte.
In je liefde.
In de verhalen die je vertelde.
In je leven en in het mijne.

Ik mis je nog elke dag.

22 reacties

Madelief

Mijn allereerste held die geen familie was, was een meisje. Een meisje van ongeveer zeven, dat de hoofdrol speelde in boeken met stoere titels als: ‘Met de poppen gooien‘, ‘Grote mensen daar kun je maar beter soep van koken‘ en ‘Op je kop in de prullenmand‘. Als je mij vroeg wat ik later wilde worden, dan antwoordde ik met ‘Madelief’.

Madelief groeide op in een gezin met alleen een mama, en haalde met haar vriendjes en vriendinnetjes veel kattenkwaad uit. En dat allemaal in hele korte verhaaltjes, die mijn moeder voorlas voor het slapengaan en ik, toen ik zelf kon lezen, keer op keer stuk las. Ik was verliefd op Madelief en de personages in het boek. Madelief het stoere meisje, Jan Willem haar sullige vriendje, Robbie die in een dichtgetimmerd huis woonde en meester Cowboy. Ik wilde zelf ook graag een meester Cowboy. Meester Cowboy was namelijk een hele bijzondere meester. Hij werd niet kwaad om het onleesbare handschrift van Madeliefs klasgenoot Peter. Hij zei dat Peter geheimschrift schreef. Het was dus juist de bedoeling dat je het niet snapte. Meester Cowboy had soms zelf ook helemaal geen zin in lesgeven. Dan mochten alle kinderen net zo hard gaan brullen als ze willen om weer even helemaal los te komen. Alleen jammer dat de onderwijsinspecteur dan net langskomt. Meester Cowboy was een meester zoals alle leraren zouden moeten zijn.

Ik moest lachen om Madelief, maar leefde ook enorm met haar mee. Ook werd ik voor het eerst ontroerd door een verhaaltje uit een van de boeken. Madelief heeft namelijk een klasgenootje dat niet ‘normaal’ is. Eigenlijk moet ze naar een speciale school, maar dat willen haar ouders niet omdat ze dan ook uit huis zou moeten. Het meisje speelt het liefst de hele dag tijgertje en denkt eigenlijk dat ze een tijger is. In plaats van dat de kinderen haar pesten, of gek tegen haar doen, stimuleert meester Cowboy dat ze met haar meedoen. Ze moeten ook tijgertje spelen en dat pakt goed uit. (Voor de mensen die net komen lezen: ik heb ook een bijzonder zusje dat mijn ouders graag in huis wilde houden).

Wat ik als kind niet zag, maar als volwassene wel teruglees in het juryrapport van de Gouden Griffel die Guus Kuijer in ’76 won voor ‘Met de poppen gooien’, is het volgende:
Want dat van die maatschappelijke situaties was me natuurlijk totaal ontgaan. Wat ik door de boeken wel heb geleerd is dat ‘anders’ niet per definitie ‘abnormaal’ was. Je hoefde als kind niet altijd in de pas te lopen. Dat hoefde juist niet. Een gezin zonder vader was heel normaal en dus was dat voor mij de familie met de twee papa’s die bij ons om de hoek woonde ook.
Pas later in ‘Krassen in het tafelblad‘ herkende ik een volwassen probleem. Namelijk een oma die ongelukkig was omdat ze waarschijnlijk in een jappenkamp had gezeten. Dat herkende ik uit mijn omgeving en dat was dan ook het eerste boek van Kuijer waar ik tranen met tuiten om gehuild heb.

Waarom de verhalen van Madelief me zo ontzettend boeiden, was omdat ze eigenlijk altijd in huis, op straat of op school speelden en er nooit écht wat spectaculairs gebeurde. Het was vooral de levendige fantasie van de kinderen, die de gebeurtenissen ongewoon maakte. Daarmee werd ook mijn eigen fantasie geprikkeld. En zo hoort het ook. Daar kan toch geen playstation, wii, of tv-programma van winnen? Van je eigen fantasie?

De boeken van Madelief staan bij mij absoluut op nummer 1 als de boeken van mijn jeugd. Als kind las ik continu. En natuurlijk verloor ik mezelf ook in de verhalen van Annie M.G. Schmidt, Roald Dahl, en later van Jan Terlouw, Thea Beckman en vele anderen, maar niet zo erg als ik me verloor in Madelief. Mijn held Madelief. Eigenlijk wil ik haar nog steeds worden, en ergens hoop ik dat ik haar inmiddels ook daadwerkelijk een beetje geworden ben.

En nou ben ik natuurlijk wel heel benieuwd? Wie was jouw held? En welke boek heb jij stukgelezen?

19 reacties

de ‘altijd – er – een – schepje – bovenop – doener’.

“En toen bleek ik dus een darmparasiet uit Bali mee genomen te hebben”, vertel ik.
“Oh no”, roept A. “Hoe kom je daar nou weer aan?”
Ik wil het net vertellen als persoon X interrumpeert. “Weet je wat G een keer heeft opgelopen? Die had in een meertje in Mali gezwommen. Stilstaand water waar ook krokodillen zwommen. Tijdens het zwemmen, is ze aangerand door een krokodil. Toen ze thuis kwam, kreeg ze een bult en op een dag kwamen daar allemaal spinnen uit. En geen kleine jongens hoor. Nee echt formaat tarantula. Waarschijnlijk kwam dat door de seks met de krokodil. Maar het kan ook door het stilstaande water komen natuurlijk”. Tevreden kijkt X om zich heen. Dat was een cool verhaal zeg. Veel beter dan dat miezerige parasietje uit Bali.

“Wat kijk je verdrietig”, zeg ik tegen B.
“Het is uit met C. Hij heeft een ander. Hij heeft het me net verteld. Ik ben echt kapot”.
Bezorgd slaan D en ik een arm om haar heen.
“Wat vervelend voor je”, zegt X. “Ik moet opeens weer denken aan toen het uitging met E. Weten jullie dat nog? Dat was zo erg! Vooral toen hij al jaren een dubbelleven bleek geleefd te hebben. Echt ver-schrik-ke-lijk. Wat zeg ik. Dubbelleven. Nee, het was erger. Het was een quatroleven. Met nog drie gezinnen erbij. En dat hij achteraf 17 kinderen verwekt bleek te hebben. Niet normaal hè? Het heeft zeker drie maanden geduurd, eer ik daar weer bovenop was”.

“Ik heb iets leuks te vertellen”, zegt F als ze gaat zitten aan ons tafeltje in het café.
“Leuk”, roepen wij. “Wat dan?”
“Ik ga promotie maken. Ik word leidinggevende van mijn afdeling”.
“Wat super zeg. Zullen we champagne bestellen”, vraagt G.
“Ik moet ook nog wat vertellen”, zegt X. “Ik ben Amerikaanse aan het worden. Ze gaan de regels namelijk veranderen in de United States en binnenkort kunnen mensen die niet geboren zijn in de VS ook president worden. En ik ben dus gepolst om de opvolger van Obama te worden. Ja, ik ja. Vinden jullie het niet geweldig? Welke champagne heb je trouwens net besteld F? Moët? Geen Pommery? Pommery is toch veel beter!”

Ja, ik weet het. We kennen allemaal een X. De ‘altijd – er – een – schepje – bovenop – doener’. Degene die altijd een erger, waanzinniger, verdrietiger, grandiozer of walgelijker verhaal weet te vertellen. Maar wat nou zo jammer is, is dat X zichzelf niet kent. Waarschijnlijk kent X namelijk iemand die nog veel erger is.

Voor degenen die het nog niet door hadden: De verhalen en namen in dit blog zijn grotendeels verzonnen.

14 reacties

een Leraar op mijn Pad

30 december 2010, Ubud (Bali, Indonesië)
Toch wel wat nerveuzig nemen vriendin L en ik plaats op een soort van verhoging op het prachtige binnenplaatsje van misschien wel op dat moment de meest bekende waarzegger ter wereld. In het vliegtuig naar Bali hebben we ‘Eat, Pray, Love’ gekeken en impulsief besloten dat als we in Ubud zouden zijn, we op bezoek zouden gaan bij Ketut, dé goeroe van schrijfster Elizabeth Gilbert.

Vriendin L, de nuchterheid zelve, altijd met haar beide benen op de grond en ik, die soms nog wel eens wil opstijgen.

Het is acht uur ‘s morgens en we zijn een van de eersten. Ketut, het mannetje van over de 90 is al aan het praten met een Frans stel op een verhoging. Hij kijkt naar de hand van het meisje en haar partner knikt. Ze praten heel lang.
Rechts van ons zitten twee bloed irritante Australische meisjes heel hard te kletsen en te lachen. Ze laten hun gids muziekjes horen vanaf hun mobiel. De rest van de mensen ergert zich. Het is duidelijk dat je hier uit respect zachtjes praat. De meisjes zijn eerder aan de beurt en bespreken luidruchtig wat ze willen weten. ‘I wanna know if I will have a hangoverless day one day’, zegt een van de meisjes.

Ik zucht. ‘Leraren op ons pad, dat zijn die meisjes’, zegt vriendin L spottend. In het boek beschrijft Elizabeth Gilbert namelijk dat bepaalde mensen op je pad komen om je wat te leren. ‘Zij leren ons geduldig te zijn of zo’, vervolgt L.
Ik knik en grinnik. Deze grap maken we al de hele week. Elke taxichauffeur die ons probeerde op te lichten, elke vriendelijke gids en elke andere toerist waar we leuk mee hadden gepraat of juist niet, hadden we al een leraar op ons pad genoemd.
‘Of dat je soms gewoon mobieltjes mag pakken en stuk mag gooien. Dan zijn wij leraren op hun pad’.

Het Franse stel is klaar en de Australische meisjes zijn aan de beurt. Zij willen eigenlijk voornamelijk op de foto met de goeroe en lijken niet echt te luisteren naar wat hij zegt.
Links van ons zit een oudere Amerikaanse vrouw. Ze informeert waar we vandaan komen. Haar man wacht om de hoek op haar. Hij gelooft niet zo in goeroes. ‘And you’, vraagt ze.
Wij weten het niet.
‘Well, if it’s disappointing, just put it down to a nice experience’.
‘We will’, knikken we. Weer een leraar op ons pad.

Als wij aan de beurt zijn, moet Ketut eerst even rusten en eten. De man is stokoud, dus dat begrijpen we.
Na een minuut of tien, zit hij weer op de grond op zijn verhoging en mogen we komen. Met een brede glimlach verwelkomt hij ons. We vertellen waar we vandaan komen en hij blijkt zelfs nog een paar woordjes Nederlands te kunnen.
Eerst ben ik aan de beurt. Hij leest mijn hand, kijkt naar m’n arm, benen en op mijn rug ziet hij dat ik een poppy ben. De bloedrode opiumbloem, die ik toevallig ook heel mooi vind, maar die dus wel staat voor eeuwige slaap. Heb ik weer.
Hij vertelt me dat ik heel oud en rijk en nog gelukkiger word en dat ik een vrolijke en heel intelligente vrouw ben en nog meer dingen die ik jullie verder zal besparen.
En dan is L aan de beurt. Zij is een lotusbloem. Die is wit en staat voor puurheid. Zij wel. Ook kijkt hij naar haar hand, arm en been en vertelt hij, zonder gekheid, precies hetzelfde verhaalde als dat wat hij aan mij vertelde op twee hele kleine minuscule dingetjes na.
Wij moeten er een beetje om lachen. ‘Zou hij iedereen dit vertellen?’
Na ongeveer tien minuten is hij uitgepraat en nemen we afscheid. We krijgen z’n businesskaartje en hij drukt ons nog even op het hart dat hij ons echt hele mooie en happy vrouwen vindt. Dat zei hij ook vast tegen Elizabeth Gilbert. Tsss.
‘Any other questions’, vraagt hij.
‘Yes’, zeg ik. ‘What am I going to do for work’.
Vriendin L geeft me een knipoog. Een maand eerder heb ik gehoord dat mijn project niet verlengd werd en ik had me voorgenomen op Bali na te denken over wat ik ging doen met de rest van m’n leven.
Hij kijkt me in mijn ogen aan en zegt dan: ‘You’re going to start your own business. Something with computers, people and writing. Something social’.

Als we weglopen vraagt de Amerikaanse vrouw hoe we het vonden.
‘It was a nice experience’, antwoorden we en wensen haar succes.
‘Maar dat laatste wat hij tegen jou zei, was wel heel raar K’, zegt L.

23 mei 2011, Amsterdam (Nederland)
Vriendin L en ik maken nog heel vaak grappen over de leraren op ons pad.
Ik heb nog steeds geen idee of Ketut ‘echt’ de toekomst kan lezen of niet. Wat ik wel weet, is dat hij dat hij mij iets vertelde dat ik iets ging doen waar ik over twijfelde. Iets wat ik wilde horen. Daarmee gaf mij een laatste duwtje in mijn rug. 21 maart begon ik mijn eigen bedrijf. Dat wilde ik altijd al. Ik doe iets met computers, mensen en schrijven en het is sociaal.

Ketut en ik

11 reacties

Blogrevival

Vroeger schreef ik elke dag een blog. Soms zelfs wel eens meerdere.
Nu heb ik om precies te zijn vanaf 1 januari 2011 3 nieuwe blogjes op mijn weblog geplaatst.

Vroeger dacht ik continu na over blogonderwerpen. Bij alle memorabele dingen die ik meemaakte dacht ik ‘daar ga ik over schrijven’.
Nu blog ik die onderwerpen niet, maar zet ik ze op twitter.

Vroeger kreeg ik soms wel meer dan 30 reacties op een post.
Nu reageren mensen via twitter, en heel soms heb ik 1, 2 of 3 reacties.

Vroeger kwamen er soms wel 1000 bezoeken per dag op mijn blog.
Nu zijn dat er gemiddeld 100.

Vroeger waren blogs de enige Social Media.
Nu heb je facebook, hyves, twitter, a Small World en ga zo maar door.

Vroeger had je blogmeetings.
Nu ga ik naar tweetups.

Vroeger checkte ik elke dag mijn statistieken en bekeek waar mensen vandaan kwamen.
Nu interesseert me dat bijna niet meer.

Vroeger was ik anoniem op het web.
Nu ben ik gewoon te traceren.

Vroeger had ik de mooiste domeinnaam van Nederland; www.desalniettemin.com.
Nu heb ik geen zin meer om te betalen voor een blog en heb ik een gratis wordpress account.

Vroeger was bloggen mijn grootste en leukste hobby.
Nu vind ik het jammer dat ik er zo weinig mee doe.

En daarom ben ik zo blij dat Esther Donkers en Logpoes de Blogrevival initieerden. Want het is tijd om de blogs nieuw leven in te blazen.
Deze week verschijnt er elke dag een nieuw stukje op dit, en vele andere blogs. Er zijn al 37 deelnemers die meedoen aan de revival en die deelnemers vind je hier: http://pinkkouw.wordpress.com/blogrevival-blogroll/

Want wat vroeger leuk was, is het nu natuurlijk ook nog gewoon.
Leve de blogrevival!

22 reacties

Mijn ultieme #feelgood filmpje

3 reacties

Vrijheid

“Een tirannie omverwerpen betekent nog niet vrijheid scheppen.”

- Gustave le Bon (Nogent-le-Rotrou, 7 mei 1841 – Parijs, 15 december 1931) was een Frans socioloog en psycholoog.

Gustave Le Bon

1 reactie

Herinneren

Je had vast toekomstplannen, je was net getrouwd, verliefd en er was een baby op komst. Zakelijk ging het je goed, je had een huis gekocht en aan je gezondheid mankeerde niets. Je had allebei je ouders nog, had twee broers, twee schoonzussen en twee kleine neefjes. Op vrijdagavond vierden jullie met de hele familie shabbath bij je ouders thuis in Arnhem. Je tenniste met je broers en hield van kaarten.

Je heet Heinrich Simon en je vrouw heet Sylvia Edith Simon-Braaf. Je stierf tijdens een dodenmars in Warschau. Je moest lopen totdat je stierf. Je vrouw Sylvia en je ongeboren kind stierven in de gaskamers van Auschwitz. Jullie overleden op dezelfde dag.

Ik weet wie je was, maar heb je nooit gekend. Toch zijn we een kwart hetzelfde. Hetzelfde bloed stroomt door onze aderen en we delen dezelfde genen.
Jij was namelijk de broer van mijn grootvader en dit jaar overleefde ik je qua leeftijd.

Morgen is het 4 mei en is Nederland om acht uur twee minuten stil om de slachtoffers van de oorlog te herdenken.
Ik denk bijna dagelijks aan jullie. Hoewel ik derde generatie ben, leeft de oorlog in mij door en heb ook ik levenslang. Oma leeft nog en vertelt de verhalen. Maar op een dag zal er niemand meer zijn, die het zelf heeft meegemaakt, om de verhalen te vertellen. Net zoals er miljoenen mensen zijn die door niemand meer herinnerd worden omdat er niemand van hun families, vrienden en/of bekenden de hel heeft overleefd.

Morgen is het 4 mei en ben ook ik twee minuten stil. Twee minuten stil om jullie te herinneren en om aan de mensen te denken die niemand meer hebben om aan hun te denken. Twee minuten stil om te proberen voor te stellen wat er is gebeurd en wat nog steeds elke dag plaatsvindt.
De zinloze moorden die dagelijks gepleegd worden. De gezinnen die dagelijks worden verwoest, de mensen die dagelijks worden vernietigd.
Omdat er blijkbaar toch nog niet genoeg herinnerd is.

Dit blogje schreef ik op 3 mei 2009 op Desalniettemin.

het graf van mijn overgrootvader Moritz Simon

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.