Archief voor 27 mei 2011
Ik mis je
De huistelefoon gaat over. Er zijn maar weinig mensen die mijn vaste nummer hebben. Ik denk aan jou. Maar jij bent het niet. Ik laat de telefoon overgaan en neem niet op.
De zon schijnt en ik rij langs je huis. Uit gewoonte kijk ik of je op het terras zit. Maar je zit er niet. Op de planten die jij er hebt neergezet na, is het terras leeg.
De pioenrozen zijn nu op z’n mooist. Helemaal open staan ze op de eettafel die vroeger van jullie was en ik nu heb gekregen.
Jouw lievelingsbloemen. De volgende keer dat ik bij je langs ga, moet ik een bos voor je mee nemen. Een bos in allerlei verschillende kleuren, dat vind je mooi. Of nee, dat hoeft eigenlijk niet. Of wel?
De website van mijn bedrijf is af. Ik zou zo graag aan je willen laten zien hoe die eruit ziet en je voor de honderdste keer uitleggen wat ik nou precies doe voor werk. En dat je dan voor de honderdeneenste keer begrijpend knikt, maar dat ik weet dat je het niet snapt en dat dat goed is.
De vrouw van mijn neef is in juli uitgerekend. Dan komt er weer een kleine bij. Ik verlang naar het moment dat we met z’n allen bij elkaar zijn en jij kunt genieten van al die nakomelingen die je ooit niet gegund waren, maar die je wel zijn gegeven. Helaas zal dat moment er niet meer komen.
Mama is jarig. Ze is 65 geworden. Met de hele familie en goede vrienden zitten we aan tafel. Maar jij bent er niet. Aan het hoofd van de tafel waar jij gezeten zou hebben, zit mijn oom. De eerste keer zonder jouw fysieke aanwezigheid. Alleen in de familieverhalen die verteld worden, ben je nog aanwezig.
Het is pasen en jij bent jarig. Het is een prachtige zonnige dag en mama en ik gaan bij je op bezoek. Mama heeft lelietjes van dalen meegenomen en die planten we op je graf. Je hebt nog geen steen, die komt pas het einde van dit jaar. Dit is de eerste keer sinds die ijskoude novemberdag dat ik weer op de begraafplaats langsga. Als we aan komen lopen, ligt er een dikke poes op je graf te zonnen. Dat had je mooi gevonden.
Omdat de zon schijnt heb ik een zonnebril op. ‘Gaat het’, vraagt mama. Ik knik, maar ik jok. Tranen prikken achter m’n ogen, maar ik wil niet dat mama die ziet. We planten de bloemetjes en leggen rozen op jouw en opa’s graf. Jullie zijn weer bij elkaar. Naast elkaar. Voor altijd.
‘Ik mis je’, zeg ik. Mama snikt.
Ik mis je niet in de grote dingen.
Ik mis je in de kleine.
In het niet meer met je bellen.
In het niet meer met en om je lachen.
In het niet meer vertellen hoe het met me gaat.
In het genieten van jouw aanwezigheid.
In de gewone kleine kletspraatjes.
In je bezorgdheid.
In je humor.
In je warmte.
In je liefde.
In de verhalen die je vertelde.
In je leven en in het mijne.



Recente reacties