Archief voor Categorie Uncategorized

Vrijheid

“Een tirannie omverwerpen betekent nog niet vrijheid scheppen.”

- Gustave le Bon (Nogent-le-Rotrou, 7 mei 1841 – Parijs, 15 december 1931) was een Frans socioloog en psycholoog.

Gustave Le Bon

1 reactie

Herinneren

Je had vast toekomstplannen, je was net getrouwd, verliefd en er was een baby op komst. Zakelijk ging het je goed, je had een huis gekocht en aan je gezondheid mankeerde niets. Je had allebei je ouders nog, had twee broers, twee schoonzussen en twee kleine neefjes. Op vrijdagavond vierden jullie met de hele familie shabbath bij je ouders thuis in Arnhem. Je tenniste met je broers en hield van kaarten.

Je heet Heinrich Simon en je vrouw heet Sylvia Edith Simon-Braaf. Je stierf tijdens een dodenmars in Warschau. Je moest lopen totdat je stierf. Je vrouw Sylvia en je ongeboren kind stierven in de gaskamers van Auschwitz. Jullie overleden op dezelfde dag.

Ik weet wie je was, maar heb je nooit gekend. Toch zijn we een kwart hetzelfde. Hetzelfde bloed stroomt door onze aderen en we delen dezelfde genen.
Jij was namelijk de broer van mijn grootvader en dit jaar overleefde ik je qua leeftijd.

Morgen is het 4 mei en is Nederland om acht uur twee minuten stil om de slachtoffers van de oorlog te herdenken.
Ik denk bijna dagelijks aan jullie. Hoewel ik derde generatie ben, leeft de oorlog in mij door en heb ook ik levenslang. Oma leeft nog en vertelt de verhalen. Maar op een dag zal er niemand meer zijn, die het zelf heeft meegemaakt, om de verhalen te vertellen. Net zoals er miljoenen mensen zijn die door niemand meer herinnerd worden omdat er niemand van hun families, vrienden en/of bekenden de hel heeft overleefd.

Morgen is het 4 mei en ben ook ik twee minuten stil. Twee minuten stil om jullie te herinneren en om aan de mensen te denken die niemand meer hebben om aan hun te denken. Twee minuten stil om te proberen voor te stellen wat er is gebeurd en wat nog steeds elke dag plaatsvindt.
De zinloze moorden die dagelijks gepleegd worden. De gezinnen die dagelijks worden verwoest, de mensen die dagelijks worden vernietigd.
Omdat er blijkbaar toch nog niet genoeg herinnerd is.

Dit blogje schreef ik op 3 mei 2009 op Desalniettemin.

het graf van mijn overgrootvader Moritz Simon

Geef een reactie

de familie Druyf

Naar aanleiding van de campagne van het 4/5 mei commitee, waar Amsterdammers kunnen zien of er een joodse mensen op hun adres hebben gewoond die zijn vermoord, dacht ik aan een van de logjes die ik ooit schreef over het gezin dat naast mij heeft gewoond.

Voor de campagne klik: http://www.4en5meiamsterdam.nl/attachment/25010

Op 4 mei 2007 schreef ik het volgende:

********************************************************

We leven in een digitaal tijdperk. Dat betekent onder andere dat er ook een digitaal monument is voor de joodse mensen die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Elk van de 101.800 slachtoffers heeft zijn eigen ‘blokje’. Willekeurig kan je die blokjes aanklikken. Maar je kan ook zoeken op naam, stad of zelfs straat. Soms staan er foto’s bij. Of een overlijdingsadvertentie. Alle informatie die over de omgekomen mensen beschikbaar is, staat op het net. Complete inboedellijsten kun je er vinden. En zo komen mensen toch een beetje tot leven. Wie ze waren, wat ze deden en hoe ze leefden.

Ik heb vaak over de oorlog geschreven. En over mijn familieleden die vermoord werden, maar die nog doorleven door de verhalen, foto’s en zelfs filmpjes. Mijn familie leeft door omdat mijn grootouders de oorlog overleefden.
Op 4 mei denk ik om acht uur aan hun. Maar ik denk ook aan de mensen die bij mij in de straat woonden. Door het digitaal monument kwam ik er achter dat er uit ‘mijn kleine straatje’ in Amsterdam 20 mensen werden weggehaald. Mensen die nooit meer terugkwamen.
Voornamelijk ga ik denken aan de mensen die in het huis naast mij woonden. Het gezin dat met z’n vieren in een Amsterdams pijpelaatje van 65 vierkante meter woonde. In een zelfde huis als dat waar ik nu woon. Precies naast mij.

Familie Druyf. Bestaande uit een vader, moeder en twee zonen.
Vader Wolf. Geboren op 15 september 1900 in Amsterdam. Hij was chauffeur en stierf in Midden-Europa op 31 augustus 1943. Hij werd 42 jaar oud.
Moeder Sippora Druyf-Sluyzer. Zij werd geboren op 19 juni 1904 in Amsterdam. Ze overleed in Auswitz op 8 oktober 1942. Ze werd 38 jaar.
Zoon John. Hij werd geboren op 25 april 1928 in Amsterdam. Hij zat in augustus 1941 in klas 1 Electriciën van de 3e Ambachtsschool te Amsterdam-Oost. Hij overleed op dezelfde dag als zijn moeder en werd 14 jaar oud.
Zoon Salomon. Geboren op 2 juni 1934 in Amsterdam. Ook hij stierf op 8 oktober 1942 omdat hij waarschijnlijk tegelijk met zijn moeder en broer de gaskamer in ging. Salomon is 8 jaar oud geworden.
Hun complete inboedellijst kun je op het monument vinden. Nauwkeurig gedocumenteerd door de mensen die nadat de familie opgehaald werd, het huis kwamen leegroven. Een opsomming van spullen. Zo kun je bijvoorbeeld lezen dat ze een stofzuiger van het merk Excelsior hadden, maar ook wat ‘waardeloze spullen’. Spullen waar niets mee kon dus. Waarschijnlijk meteen vernietigd, net zoals de mensen die de spullen bezaten.

Op 4 mei om acht uur ben ik stil voor mijn familie. Mijn familie die altijd herinnerd zal worden. Omdat mijn grootouders de oorlog overleefden. Van de familie Druyf overleefde niemand de hel. En daarom denk ik dan ook aan hun. Omdat er anders misschien niemand meer is die ooit nog aan hun zal denken.

2 reacties

En toen was er al weer een jaar voorbij

Vandaag denk ik aan jou:

dag lieve A
geplaatst op 23 augustus 2009 op Desalniettemin

1979
M en ik zijn kleuters en hebben een nieuw spelletje uitgevonden. Bij de skihut waar onze ouders lunchen staat een grote schuur met een schuin dak. Dat dak fungeert heel goed als glijbaan. Door de sneeuw klauteren we omhoog en glijden we naar beneden. Keer op keer. En elke keer is weer even leuk. Mijn moeder vindt het minder leuk, blijkt later. Ik heb namelijk een nieuw skipakje aan. Een wit skipakje. Niet zo’n handige kleur om mee van daken van schuren af te glijden.
“Je bibs is helemaal zwart”, roept mijn moeder.
“Dan had je ook maar een zwart skipak voor haar moeten kopen”, zegt A, de goede vriend van mijn ouders en de vader van mijn vriendje M. “Het is een kleuter geen paspop”.

1985
Er is een skiwedstrijd voor alle skiklassen in het wintersportdorp waar we zijn. M en ik doen ook mee. We moeten een slalomparcours afleggen. De streber in mij wil graag winnen van mijn vriendjes. Alle ouders staan langs de kant, maar de mijne zijn er nog niet.
Ik start als eerste en ski als een bezetene naar beneden. ‘Die bocht moet ik zo strak kunnen skieën’, bedenk ik me.
Dat blijk niet te kunnen. Ik glij uit, verlies mijn evenwicht en mijn ene been gaat naar links en het andere naar rechts. Mijn linkerbeen ligt er een beetje raar bij en voor de zekerheid belt het hoofd van de skischool een banaan en ambulance.
“Waar zijn mijn ouders”, gil ik tegen A. “Ik wil mijn ouders”.
“Die komen zo”, antwoordt A rustig. “En ik ga nu met je mee naar het ziekenhuis. Rustig maar. Alles komt goed”.
Hij pakt mijn hand vast en kijkt me aan.
Ik geloof hem.

1988
“Waarom ga je niet mee skieën met de jongelui”, zegt A tegen me.
Mijn vrienden zijn gaan skieën en ik wilde niet mee en ben bij de ‘ouderen’ achtergebleven.
“Ik heb kramp in mijn buik en geen zin”, antwoord ik.
“Maandelijke toestanden”, vraagt A.
Ik knik van ja.
“Ook niet leuk. Maar weet je K? Ooit komt er een dag dat je heel blij bent dat je ongesteld wordt. Dat kun je je nu nog niet voorstellen. Maar die dag ga je aan mij denken. Want dan zul je je herinneren dat ik dit tegen je gezegd heb”.

1999
A wordt 50 en geeft een feest. Ik ben ook uitgenodigd, maar ik heb de dag na onze gezamelijke wintersportvakantie mijn been gebroken in de rollerdisco. Met de trein naar Rotterdam gaan, gaat nog al moeilijk met krukken en gips en dus regelt A dat ik wordt opgehaald door een jongen die voor hem werkt en weer wordt thuisgebracht.
Op het feest zit ik op een stoel als hij me komt halen.
“Dansen”, vraagt hij.
“Grapjas”, giechel ik. “Dat kan ik toch niet”.
“Jawel hoor”, zegt hij standvastig, tilt me op en loopt dansend met mij in zijn armen naar de dansvloer.
Ik lach en houdt zijn handen vast in de dansstand. Het is net echt alleen mijn benen doen niet mee.
“A”, zeg ik. “Ik heb het je nooit verteld maar ooit zei jij me dat ik blij zou zijn als ik ongesteld zou worden. Dat is uitgekomen en ik heb aan je gedacht”.
A graaft in zijn geheugen en roept dan: “Oh ja!”
We dansen verder en dan vraagt hij: “Weten je ouders dit?”
“Nee natuurlijk niet”, zeg ik lachend. “Mijn vader zou een rolberoerte krijgen”.

2007
“Ik heb het goede nieuws gehoord”, zegt A tegen me als ik binnenkom op het diner ter ere van de verjaardag van zijn vrouw. “Het is uit met je vriend hè? Dat vertelde je moeder vandeweek”.
“Ja”, antwoord ik. “Maar is dat goed nieuws?”
“Absoluut”, zegt hij resoluut. “Het beste nieuws van het jaar. Jij verdient het beste en dat was hij niet. Maar dat weet je zelf ook wel. Of niet?”
“Ja dat weet ik wel. Maar nu?”
“Nu ga je wachten op je prins. Op degene die het beste is. Nooit settelen voor less dan het beste meisje. Beloof je dat?”
“Dat doe ik”.

2009
‘Misschien is dit de laatste keer dat ik hem zie’, denk ik als ik A op krukken zie binnenkomen op het huwelijk van zijn dochter. En meteen probeer ik die gedachte weer weg te drukken.
“En hoe is het met jou dame”, vraagt A me.
“Goed”, antwoord ik met een brok in mijn keel.
“Geniet van alles hè? Alles kan opeens anders lopen dan je dacht dat het zou doen. Maar ook alles komt goed. We kunnen alleen niet dansen vandaag”.
Ik kijk naar zijn krukken en glimlach.
“Of jij moet mij kunnen tillen?”

Bij het afscheid pak ik A stevig vast en zeg heel bewust ‘tot ziens’. Nooit heb ik meer op een tot ziens gehoopt als nu.

22 augustus 2009
Ik schrijf op mijn weblog zo maar wat herinneringen aan A. De herinneringen die het eerste in mij opkomen als ik aan hem denk. Want vanaf vandaag zullen er geen nieuwe herinneringen meer bij komen. Ik zal het met de oude moeten doen.

Gisteravond ben je thuis, met al je familie om je heen, overleden.
Uiteindelijk is het sneller gegaan dan dat we dachten dat het zou gaan. ‘Tot ziens’, bleek niet realiseerbaar.

Lieve, mooie, grappige, gezellige, positieve, energieke, flamboyante A,
de wintersporten en familiefeesten zullen een stuk saaier zijn zonder jou.
Dolgraag had ik nog veel meer herinneringen willen maken.
Wonderen zijn niet altijd reëel.
We gaan je vreselijk missen.

5 reacties

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.